Reglement voor de MedezeggenschapsRaden ( MR ) van de scholen van Stichting Akkoord! po.
 
Hoofdstuk 1 Algemeen
 
Artikel 1 Begripsbepalingen
a.       wet: de Wet Medezeggenschap op Scholen (stbl 2006, 258) “(in dit hoofdstuk te noemen “de wet”)
b.       bevoegd gezag: het bestuur van de Stichting Akkoord! po.
c.       directeur-bestuurder: is belast met de dagelijkse leiding van de Akkoord! po en vertegenwoordigt de stichting in en buiten rechte.
d.       schooldirectie: degene die - in dienstverband bij het bevoegd gezag - op grond van het managementstatuut de leiding van de school is opgedragen en adviserend lid van de MR.
e.       personeel: het personeel dat  in dienstverband bij het bevoegd gezag is dan wel ten minste zes maanden te werk gesteld is zonder benoeming (bijv. een uitzendkracht) bij het bevoegd gezag en dat werkzaamheden verricht op een school van het bevoegd gezag.
f.       scholen: de scholen die vallen onder het bevoegd gezag, namelijk:
          - OBS Harlekijn, Venlo-Blerick – 08FU
          - OBS De Koperwiek, Venlo – 25KM
          - OBS De Samensprong, Grubbenvorst – 05ZU
          - OJBS De Omnibus, Baarlo – 03DH
          - OBS De Ontdekking, Venlo-Blerick – 09FZ
          - OJBS Het Maasveld, Tegelen – 24CZ
          - OJBS De Toermalijn, Tegelen – 10AF
          - OJBS De Krullevaar, Sevenum – 22JP
          - OJBS De Triolier, Reuver – 21LV
g.       leerlingen: leerlingen in de zin van de Wet op het Primair Onderwijs.
h.       ouders: ouders, voogden of verzorgers van leerlingen.
i.        managementstatuut, hierin wordt o.a. bepaald wie namens het bevoegd gezag het overleg met welke medezeggenschapsraden voert en op dat moment als bevoegd gezag optreedt.
j.        gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (in dit reglement te noemen: GMR): de GMR als bedoeld in artikel 4 van de wet en functioneert bij de Stichting Akkoord! po.
k.      medezeggenschapsraad (in dit reglement te noemen: MR): de MR als bedoeld in artikel 3 van de wet en functioneert bij één van de scholen van Stichting Akkoord! po.
l.        geleding: de afzonderlijke groepen van leden, bedoeld in artikel 3, derde lid  van de wet;
m.     reglement GMR: reglement dat door het bevoegd gezag is voorgelegd aan de GMR en waarmee een meerderheid van 2/3 van de leden van de GMR heeft ingestemd.
n.       reglement MR: reglement dat door het bevoegd gezag is voorgelegd aan de GMR en waarmee een meerderheid van 2/3 van de leden van de GMR heeft ingestemd.
o.       achterban van de GMR: de leden van de medezeggenschapsraden.
p.       achterban van de MR: personeel en ouders behorende bij de school waartoe de MR behoort.
 
 

 
 
 
 
Hoofdstuk 2  De medezeggenschapsraad ( MR )
 
Artikel 2 MR
1.       Zij die op de dag van de kandidaatstelling deel uitmaken van het personeel of ouder zijn, zijn kiesgerechtigd en verkiesbaar tot lid van de MR.
 
Artikel 3_Omvang en samenstelling MR
1.      De MR  bestaat uit ten minste 4 en maximaal 10 leden van wie
         a.………leden door en uit het personeel gekozen worden en
         b.………leden door en uit de ouders gekozen worden.
2.       Voor de verdeling van het aantal leden geldt: 50% door het personeel en 50% door de ouders.
 
Artikel 4 Onverenigbaarheden
1.       Personen die deel uitmaken van het bevoegd gezag kunnen geen zitting nemen in de MR.
2.       Een personeelslid dat is opgedragen om namens het bevoegd gezag op te treden in besprekingen met de MR kan niet tevens lid zijn van de MR of GMR.  Zij kunnen wel als adviseur optreden.
 
Artikel 5 Zittingsduur
1.       Een lid van de MR heeft zitting voor een periode van 3 jaar.
2.       Een lid van de MR treedt na zijn zittingsperiode af en is terstond herkiesbaar.
3.       Een lid dat ter vervulling van een tussentijdse vacature is aangewezen of verkozen, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is aangewezen of verkozen, zou moeten aftreden.
4.       Behalve door periodieke aftreding eindigt het lidmaatschap van de MR:
          a.      door overlijden;
b.      door opzegging door het lid;
          c.      door ondercuratelestelling;
          d.      zodra een lid geen deel meer uitmaakt van de geleding waardoor hij is gekozen.
 
Hoofdstuk 3 De verkiezing
 
Artikel 6 Organisatie verkiezingen
De organisatie van de verkiezing van de leden van de MR berust bij de MR. De organisatie daarvan kan de MR opdragen aan een verkiezingscommissie. De MR bepaalt de samenstelling, werkwijze, en de bevoegdheden van de verkiezingscommissie alsmede de wijze waarop over bezwaren inzake besluiten van de verkiezingscommissie wordt beslist.
 
Artikel 7 Datum verkiezingen
1.       De MR bepaalt de datum de verkiezing, alsmede de tijdstippen van aanvang en einde van de stemming.
2.       De MR stelt de ouders en het personeel en de directie van de school in kennis van het in het eerste lid genoemde tijdstip.
 
Artikel 8 Verkiesbare en kiesgerechtigde personen
1.       Zij die op de dag van de kandidaatstelling deel uitmaken van het personeel of ouder van een kind dat op deze school zit, zijn verkiesbaar tot lid van de MR.
2.       Zij die op de dag van de verkiezing deel uitmaken van de MR van de school zijn kiesgerechtigd.
Artikel 9 Bekendmaking verkiesbare personen
De MR stelt 8 weken voor de verkiezingen een lijst vast van de personen die verkiesbaar zijn. Deze lijst wordt aan de ouders en het personeel bekend gemaakt onder vermelding van de mogelijkheid zich kandidaat te stellen, alsmede van de daarvoor gestelde termijn.
 
Artikel 10 Aantal kandidaten gelijk aan aantal zetels
Indien uit de ouders en het personeel niet meer kandidaten zijn gesteld dan er zetels in de MR voor de geleding van de desbetreffende MR zijn, vindt voor die geleding geen verkiezing plaats en worden de gestelde kandidaten geacht te zijn gekozen. De MR stelt het bevoegd gezag, de geledingen en de betrokken kandidaten daarvan tijdig vóór de verkiezingsdatum in kennis.
 
Artikel 11 Verkiezing
De verkiezing vindt plaats bij geheime, schriftelijke stemming.
 
Artikel 12 Stemming; volmacht
1.       Een kiesgerechtigde brengt ten hoogste evenveel stemmen uit als er zetels voor zijn geleding in de MR zijn. Op een kandidaat kan slechts één stem worden uitgebracht.
2.       Een kiesgerechtigde kan bij schriftelijke volmacht met overgave van zijn stembiljet een ander, die tot dezelfde geleding behoort, zijn stem laten uitbrengen. Een kiesgerechtigde kan voor ten hoogste één andere kiesgerechtigde bij volmacht een stem uitbrengen
 
Artikel 13 Uitslag verkiezingen
1.       Gekozen zijn de kandidaten die achtereenvolgens het hoogste aantal stemmen op zich hebben verenigd. Indien er voor de laatste te bezetten zetel meer kandidaten zijn, die een gelijk aantal stemmen op zich verenigd hebben, vindt er tussen deze kandidaten overleg plaats. Mochten deze kandidaten niet zelf tot een besluit komen dan beslist tussen hen het lot.
2.       De uitslag van de verkiezingen wordt door de MR vastgesteld en schriftelijk bekendgemaakt aan het bevoegd gezag en de betrokken kandidaten, de ouders en het personeel.
 
Artikel 14_Tussentijdse vacature
1.       In geval van een tussentijdse vacature wijst de MR tot opvolger van het betrokken lid aan de kandidaat uit de desbetreffende geleding die blijkens de vastgestelde uitslag, bedoeld in artikel 13, tweede lid, daarvoor als eerste in aanmerking komt.
2.       De aanwijzing geschiedt binnen een maand na het ontstaan van de vacature. De MR doet van deze aanwijzing mededeling aan het bevoegd gezag en de betrokken kandidaat.
3.       Indien uit de ouders en het personeel minder kandidaten zijn gesteld dan er zetels in de MR  voor die geleding zijn of indien er geen opvolger als bedoeld in het eerste lid aanwezig is, kan in de vacature(s) voorzien worden door het houden van een tussentijdse verkiezing. In dat geval zijn de artikelen 6 t/m 13 van overeenkomstige toepassing.
 
Hoofdstuk 4 Algemene taken en bevoegdheden van de MR
 
Artikel 15 Overleg met de schooldirectie
1.       De schooldirectie en de MR komen bijeen, indien daarom onder opgave van redenen wordt verzocht door de MR, een geleding van de MR of de schooldirectie.
2.       Indien twee derde van de leden van de MR en de meerderheid van elke geleding dat wensen, voert de schooldirectie de in het eerste lid bedoelde bespreking met elke geleding afzonderlijk. Per situatie wordt dit afgewogen.
 
Artikel 16 Initiatiefbevoegdheid MR
1.       De MR is bevoegd tot bespreking van alle aangelegenheden die de algemene gang van zaken in de school betreft. De MR is bevoegd over deze aangelegenheden aan de schooldirectie  voorstellen te doen en standpunten kenbaar te maken. De schooldirectie brengt op de voorstellen, binnen 6 weken een met redenen omklede reactie uit in een MR vergadering. Alvorens over te gaan tot het uitbrengen van deze reactie, stelt de schooldirectie de MR ten minste eenmaal in de gelegenheid met hem/haar overleg te voeren over de voorstellen van de MR.
2.       Indien twee derde van de leden van de MR en de meerderheid van elke geleding dat wensen, voert de schooldirectie de in het eerste lid bedoelde bespreking en overlegt met elke geleding afzonderlijk.
 
Artikel 17 Openheid, onderling overleg en gelijke behandeling
1.       De MR bevordert naar vermogen openheid en onderling overleg in de school
2.       De MR waakt voorts in de scholen in het algemeen tegen discriminatie op welke grond dan ook en bevordert gelijke behandeling in gelijke gevallen en in het bijzonder de gelijke behandeling van mannen en vrouwen en de inschakeling van gehandicapten en allochtone werknemers.
3.      De MR doet aan alle bij de school betrokkenen schriftelijk verslag van zijn werkzaamheden.  Stelt de geledingen in de gelegenheid om over aangelegenheden die de betrokken geledingen het bijzonder aangaan te bespreken met de MR.
 
Artikel 18 Informatieverstrekking
De informatie die door het bevoegd gezag aan de MR moet worden verstrekt is vastgelegd in artikel 9, 10 en 11 van het medezeggenschapsstatuut Stichting Akkoord!-primair openbaar.
 
Artikel 19 Jaarverslag
De MR stelt jaarlijks een jaarverslag van de werkzaamheden in het afgelopen jaar vast en zendt dit verslag in ieder geval ter kennisneming aan het bevoegd gezag en de schoolleiding, het personeel en de ouders. De MR  draagt er zorg voor dat het verslag ten behoeve van belangstellenden ter inzage wordt gelegd op een algemeen toegankelijke plek op de school, dan wel anderszins toegankelijk zoals op internetsite van de school.
 
Artikel 20 Openbaarheid en geheimhouding
1.       De vergadering van de MR is openbaar voor de tot de achterban behorende personen, tenzij de MR met redenen omkleed anders besluit, indien over individuele personen wordt gesproken of de aard van een te behandelen zaak naar het oordeel van een derde van de leden zich daartegen verzet.
2.       Indien bij een vergadering of een onderdeel daarvan een persoonlijk belang van een van de leden van de MR in het geding is, kan de MR besluiten dat het betrokken lid aan die vergadering of dat onderdeel daarvan niet deelneemt. De MR besluit dan tegelijkertijd dat de behandeling van de desbetreffende aangelegenheid in een besloten vergadering plaatsvindt.
3.       De leden van de MR zijn verplicht tot geheimhouding van alle zaken die zij in hun hoedanigheid vernemen, ten aanzien waarvan de schoolleiding, het bevoegd gezag dan wel de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad hun geheimhouding heeft opgelegd of waarvan zij, in verband met opgelegde geheimhouding, het vertrouwelijke karakter moeten begrijpen. Het voornemen om geheimhouding op te leggen wordt zoveel mogelijk vóór de behandeling van de betrokken aangelegenheid meegedeeld.
Degene die de geheimhouding, zoals bedoeld in dit lid, oplegt, deelt daarbij tevens mede welke schriftelijke of mondelinge verstrekte gegevens onder de geheimhouding vallen en hoelang deze dient te duren, alsmede of er personen zijn ten aanzien van wie de geheimhouding niet in acht behoeft te worden genomen.
De plicht tot geheimhouding vervalt niet door beëindiging van het lidmaatschap van de raad, noch door beëindiging van de band van de betrokkene met de Stichting Akkoord! po.
 
Hoofdstuk 5 Bijzondere bevoegdheden van de MR
 
Artikel 21 Instemmingbevoegdheid MR
De schooldirectie behoeft de voorafgaande instemming van de MR voor de door hem voorgenomen besluiten die van belang zijn voor de school  met betrekking tot:
  1. verandering van de onderwijskundige doelstellingen van de school;
  2. vaststelling of wijziging van het schoolplan dan wel het leerplan en het schoolspecifieke
    zorgplan;
  1. vaststelling of wijziging van het schoolreglement;
  2. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot het verrichten door ouders
    van ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de school en het onderwijs met
    in achtneming van het beleid dat bovenschools is uitgezet en vastgelegd.
  1. de aanvaarding van materiele bijdragen of geldelijke bijdragen anders dan de
    ouderbijdrage als bedoeld in art. 24, onderdeel b van dit reglement en niet gebaseerd
    op de onderwijswetgeving indien het bevoegd gezag daarbij verplichtingen op zich
    neemt waarmee de leerlingen binnen de schooltijden respectievelijk het onderwijs en
    tijdens de activiteiten die worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het
    bevoegd gezag, alsmede tijdens het overblijven, zullen worden geconfronteerd;
 
Artikel 22_Adviesbevoegdheid MR
De MR wordt vooraf  in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over de door de schooldirectie voorgenomen besluiten met betrekking tot:
  1. vaststelling of wijziging van de schoolbegroting rekeninghoudend met het meer jaren 
    investeringsplan in relatie tot het schoolplan.
b. beëindiging, belangrijke inkrimping of uitbreiding van de werkzaamheden van de 
    school of van een belangrijk onderdeel daarvan, dan wel vaststelling of wijziging van
    het beleid ter zake;
c .deelneming of beëindiging van deelneming aan een onderwijskundig project of
    experiment, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake;
d. nieuwbouw of belangrijke verbouwing van een school;
e. vaststelling of wijziging van het schoolondersteuningsprofiel bedoeld in artikel 1 WPO
 
Artikel 23_Instemmingbevoegdheid personeelsgeleding, adviesrecht voor ouders
De schooldirectie behoeft de voorafgaande instemming van dat deel van de raad dat uit en door het personeel is gekozen voor de door hem voorgenomen besluiten met betrekking tot de volgende aangelegenheden:
  1. vaststelling of wijziging van een mogelijk werkreglement voor het personeel en van de
   opzet en de inrichting van het werkoverleg, voor zover het besluit van algemene
gelding is voor alle of een gehele categorie van personeelsleden; met inachtneming van het beleid dat bovenschools is uitgezet en vastgelegd.
  1. vaststelling of wijziging van de taakverdeling binnen het personeel, de schoolleiding
    daaronder niet begrepen; met in achtneming van het beleid dat bovenschools is
    uitgezet en vastgesteld.
 
Artikel 24 Instemmingbevoegdheid oudergeleding, adviesrecht personeelsgeleding
De schooldirectie behoeft de voorafgaande instemming van dat deel van de MR dat uit en door ouders is gekozen, voor de door hem voorgenomen besluiten met betrekking tot de volgende aangelegenheden:
  1. vaststelling of wijziging van de hoogte van de vaststelling of wijziging van de
   bestemming van de middelen die van ouders wordt gevraagd zonder dat
   daartoe wettelijke verplichting bestaat onderscheidenlijk zijn ontvangen op grond van
    een overeenkomst die door ouders is aangegaan;
    de wijze waarop invulling wordt gegeven aan tussenschoolse opvang;
  1. vaststelling of wijziging van de regeling van faciliteiten voor de MR, voor zover die
    betrekking heeft op ouders en altijd binnen het door het Bestuur beschikbaar gestelde
    budget.
  1. vaststelling van de schoolgids.
  2. vaststelling van de onderwijstijd.
 
Artikel 25 Toepasselijkheid bijzondere bevoegdheden
1.       De bevoegdheden op grond van de artikelen 21 tot en met 24, zijn niet van toepassing, voor zover:
a.      de desbetreffende aangelegenheid voor de school reeds inhoudelijk is geregeld in een bij of krachtens wet gegeven voorschrift;
b.      de bevoegdheid voor een ander doel wordt gebruikt dan waarvoor zij gegeven is.
c.      de betrokken aangelegenheid het individuele personeelslid dan wel de individuele leerling betreft met uitzondering van het voorstel tot benoeming of ontslag van de schoolleiding.
2.       De bevoegdheden van het deel van de MR dat uit en door het personeel is gekozen, zijn niet van toepassing, voor zover de desbetreffende aangelegenheid voor de school reeds inhoudelijk is geregeld in een collectieve arbeidsovereenkomst.
 
 
Artikel 27 Termijnen
1.       De schooldirectie maakt beleidsvoornemens op schoolniveau (zoals bijvoorbeeld verandering van de onderwijskundige doelstellingen of ingrijpende wijziging/beëindiging van de werkzaamheden) en een daarbij behorend tijdpad zo spoedig mogelijk bekend aan de MR. De MR mag het uit het beleidsvoornemen voortvloeiende beleidsvoorstel niet eerder in behandeling nemen dan nadat het tijdpad is vastgesteld. De MR heeft een adviesbevoegdheid ten aanzien van het tijdpad conform artikel 11 van de WMS en artikel 21 van het MR-reglement.
2.      De schooldirectie  legt een verzoek tot instemming met andere voorgenomen besluiten
dan bedoeld in lid 1 (artikel 21, 22 en 23 van het MR-reglement)neer bij de MR minimaal vier weken  voor de voorgenomen ingangsdatum van het besluit.
3.      De schooldirectie legt een verzoek tot advies t.a.v. andere voorgenomen besluiten
   neer bij de MR minimaal vier weken voor het besluit ten uitvoer gebracht zal worden.
4.      In overleg en in het belang van zorgvuldige besluitvorming dan wel van spoedeisend
         belang kan worden afgeweken van de in de vorige leden genoemde termijnen.
5.      Voor de in lid 2 en 3 genoemde termijnen hebben schoolvakanties, voor de duur van
         de vakantie, een opschortende werking.
 
 
Hoofdstuk 6 Inrichting en werkwijze MR.
 
Artikel 28_Verkiezing voorzitter en secretaris
1.       De MR kiest uit zijn midden een voorzitter, een plaatsvervangende voorzitter, penningmeester en een secretaris.
2.       De voorzitter, of bij diens verhindering de plaatsvervangende voorzitter, vertegenwoordigt de MR in rechte.
 
Artikel 29 Uitsluiting van leden van de MR
1.       De leden van de MR komen de uit het lidmaatschap voortvloeiende verplichtingen na.
2.       De MR kan tot het oordeel komen, dat een lid van de MR de in het eerste lid bedoelde verplichtingen niet nakomt, indien het betrokken lid;
a.      hetzij ernstig nalatig is in het naleven van de bepalingen van de wet en van het medezeggenschapsreglement;
b.      hetzij de plicht tot geheimhouding schendt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden;
c.      hetzij een ernstige belemmering vormt voor het functioneren van de medezeggenschapsraad.
3.       Ingeval van een oordeel als bedoeld in het tweede lid kan de MR met een meerderheid van ten minste twee derden van het aantal leden besluiten het betreffende lid te wijzen op zijn verplichtingen dan wel het desbetreffende lid verzoeken zich terug te trekken als lid van de MR.
4.       Ingeval van een oordeel als bedoeld in het tweede lid kan de geleding, waaruit en waardoor het betrokken lid is gekozen, met een meerderheid van ten minste twee derde besluiten het lid van de MR uit te sluiten van de werkzaamheden van de MR voor de duur van ten hoogste drie maanden.
5.       De MR pleegt ingeval van het in het tweede lid bedoelde oordeel en ingeval van een voornemen als bedoeld in het derde lid zoveel als mogelijk overleg met de geleding waardoor het betrokken lid is gekozen, rekeninghoudend met de vertrouwelijkheid van gegevens.
6.       Een in het tweede lid bedoeld oordeel wordt schriftelijk aan het betrokken lid kenbaar gemaakt.
7.       Een in het derde en vierde lid bedoeld besluit kan niet worden genomen, dan nadat het betrokken lid in de gelegenheid is gesteld schriftelijk kennis te nemen van de tegen hem ingebrachte bezwaren en tevens in de gelegenheid is gesteld zich daartegen te verweren, waarbij hij zich desgewenst kan doen bijstaan door een raadsman.
 
Artikel 30 Indienen agendapunten door de MR-en en of hun geledingen aan de GMR
1.       MR’en kunnen eigenstandig of op verzoek van het personeel dan wel de ouders van een school de secretaris van de MR schriftelijk verzoeken een onderwerp of voorstel ter bespreking op de agenda van een vergadering van de GMR te plaatsen indien dit betrekking heeft op alle scholen.
2.       De secretaris van de GMR voert overleg met de voorzitter van de GMR en informeert de aanvrager of het onderwerp of voorstel al dan niet ter bespreking op de agenda wordt geplaatst alsmede wanneer de vergadering zal plaatsvinden.
3.       Binnen drie weken nadat de vergadering heeft plaatsgevonden, stelt de secretaris van de GMR degenen, die een verzoek als bedoeld in het eerste lid van dit artikel hebben ingediend, schriftelijk op de hoogte van het resultaat van de bespreking van dat onderwerp of voorstel.
 
Artikel 31 Huishoudelijk reglement.
Met inachtneming van  de voorschriften van het medezeggenschapsstatuut en de wet
zijn in artikel 20 tot en met 23 van het medezeggenschapsstatuut de volgende onderwerpen geregeld:
  • de taakomschrijving van de voorzitter, penningmeester en secretaris;
  • de wijze van bijeenroepen van vergaderingen; de wijze van opstellen van de agenda;
  • de wijze van besluitvorming.
 
Artikel 32 Aansluiting geschillencommissie.
De school is aangesloten bij de landelijke commissie voor geschillen.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Hoofdstuk 7 Regeling (andere) geschillen
 
Artikel 34 Andere geschillen
 
1.       Andere geschillen dan genoemd in artikel 31 van de wet worden voorgelegd aan een aan de school of stichting verbonden commissie (bestaande uit een vertegenwoordiger van de schooldirectie, een vertegenwoordiger van de MR en een derde persoon door eerder genoemde twee leden aangewezen) ter behandeling van geschillen, klachten of bezwaren, die het geschil zoveel als mogelijk is in overeenstemming met het eigen reglement behandelt en een niet-bindend advies uitbrengt.
2.      Indien de schooldirectie niet in overeenstemming met artikel 6 lid 2 van de wet binnen drie maanden een reactie heeft uitgebracht op een door de MR gedaan voorstel of kenbaar gemaakt standpunt als bedoeld in artikel 16, eerste lid, kan de MR binnen twee weken na het verstrijken van de termijn de in lid 1 bedoelde commissie verzoeken een termijn vast te stellen waarbinnen de schooldirectie alsnog een zodanige reactie dient uit te brengen.
3.       Indien de schooldirectie naar het oordeel van de MR een niet of onvoldoende met redenen omklede reactie heeft uitgebracht op een door de MR gedaan voorstel of kenbaar gemaakt standpunt als bedoeld in artikel 16, eerste lid van het reglement, kan de MR de reactie ter beoordeling aan de in lid 1 bedoelde commissie en deze verzoeken een termijn vast te stellen waarbinnen de schooldirectie alsnog een zodanige reactie dient uit te brengen.
4.       Indien  de schooldirectie geen overleg heeft gevoerd als bedoeld in artikel 16, eerste lid van het reglement, kan de MR binnen twee weken na het verstrijken van de termijn de in lid 1 bedoelde commissie verzoeken een termijn te bepalen waarbinnen het overleg alsnog plaatsvindt.
 
Hoofdstuk 8 Optreden namens de schooldirectie
 
Artikel 35 Optreden namens de schooldirectie
Zie hoofdstuk 5 van het medezeggenschapsstatuut Stichting Akkoord! po.
 
Hoofdstuk 9 Overige bepalingen 
 
Artikel 36 Voorzieningen c.q. faciliteiten
Zie hoofdstuk 4 de artikelen 12 tot en met 15 van het medezeggenschapsstatuut Stichting Akkoord! po.
 
Artikel 37 Rechtsbescherming
Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de personen die staan of gestaan hebben op een lijst van kandidaat gestelde personen als bedoeld in artikel 9 van dit reglement, alsmede de leden en de gewezen leden van de MR niet uit hoofde daarvan worden benadeeld in hun positie met betrekking tot de school en bij de schooldirectie en het bevoegd gezag.
 
Artikel 38 Wijziging reglement
Het bevoegd gezag legt elke wijziging van dit reglement als voorstel voor aan de GMR en stelt het gewijzigde reglement slechts vast voor zover het na overleg al dan niet gewijzigde voorstel de instemming van ten minste twee derde deel van het aantal leden van de GMR heeft verworven.
 
Artikel 39  Citeertitel; inwerkingtreding
1.       Dit reglement kan worden aangehaald als: MR-reglement Stichting Akkoord! po.
2.       Dit reglement treedt in werking met ingang van ……….………2014.
 
 
Peter Adriaans, directeur-bestuurder
Stichting Akkoord! po
 
 
Handtekening:            ………….……………………..                                 
 
 
Datum:                       …………………………………
 
 
Thea van Moorst, voorzitter Gemeenschappelijke MedezeggenschapsRaad (GMR)
Stichting Akkoord!-po                       
 
 
Handtekening:        ………….……………………..                  
 
 
Datum:                        …………………………………
 
 

Social Media

Contact gegevens

Beekpunge 57 5931 DP Tegelen 077-3260724 info@maasveld.akkoord-po.nl
Inloggen op Isy-schoolnieuws